Bronnen - ooggetuigen
Wist je dat er over het beleg van Leuven uitgebreide verslagen werden opgemaakt door meerdere ooggetuigen?
Erycius Puteanus, professor in de welsprekendheid, woonde met zijn gezin van veertien kinderen in de burcht op de Keizersberg. Hij was dus een bevoorrecht ooggetuige van de gebeurtenissen tijdens het beleg van Leuven in 1635.
Hij schreef er een jaar later in het Latijn een werkje over: “Historiae Belgicae liber singularis, de obsidione Lovaniensi anni M. DC. XXXV”.
Dat boekje werd in het Nederlands vertaald door professor Andries Welkenhuysen (1985-1987).
Een andere ooggetuige was een niet nader genoemde pater, wellicht een Jezuïet. In 2007 werd zijn verslag uit het Latijn vertaald door professor Willem Boekelman. Eerder toevallig heb ik dit werkje ontdekt in de bibliotheek van de Universiteit Antwerpen.
Een andere belangrijke ooggetuige, pater Joannes Rivius, schreef een uitgebreid verslag over het beleg. Zijn notities werden op het einde van de 18e eeuw van het Latijn naar het Nederlands vertaald door Michel Pelckmans. Diens handschriften vond ik in het Stadsarchief van Leuven.
Nicolaus Vernulaeus, professor in de welsprekendheid van de Leuvense universiteit, schreef in 1635 een pamflet in het Latijn over het beleg.
In 1833 baseerde Maurits Sabbe zich hierop om zijn werk te schrijven: “Brabant in het verweer. Bijdrage tot de studie der Zuid-Nederlandsche strijdliteratuur in de eerste helft der 17e eeuw. XIV. De veldtocht van 1635-1636 – Het beleg en ontzet van Leuven.”
Johannes Jakinet, vooral een ooggetuige van de gebeurtenissen in Tienen, schreef in 1683 “Historie der Nederlanden onder de regering van Albertus en Isabella Philippus IV en Karel II 1612 tot 1683”, eveneens een erg nuttige bron voor m’n boek.
Andere belangrijke 17e eeuwse bronnen zijn de memoires van kardinaal de Richelieu en van prins Frederik Hendrik van Oranje.
Ontdek het volgende hoofdstuk