Voorwoord Louis Tobback
Het doet me veel plezier dat dhr. Louis Tobback – Leuvens icoon – interesse had om m’n boek te lezen en er een voorwoord voor te schrijven. Hierna volgt de volledige tekst van z’n eigenhandig geschreven voorwoord.
Voorwoord
Louis Tobback
ereburgemeester van Leuven
Lectuur van het werk van Herman Kenens stemt in meer dan één opzicht tot nadenken.
Vooreerst leidt het tot de bedenking dat, ondanks de aanwezigheid van vele historici (doorwinterde en in opleiding) ganse panden van onze geschiedenis onvoldoende in kaart zijn gebracht.
Ik troost mij immers met de gedachte dat ik niet de enige ben die uit dit grondige opzoekingswerk een aantal dingen heeft bijgeleerd.
“Het beleg van Leuven -1635” vult ongetwijfeld voor velen een leemte aan. Het geeft ook aanleiding tot een aantal bedenkingen:
- De “heksentoren” - zo noemden we het twee à drie meter hoge overschot van de Verloren Kost dat ik nog ken van in mijn jeugdjaren -, is dan toch niet zo nutteloos gebleken als zijn naam op oude kaarten laat vermoeden. Het zal de Leuvense belastingbetaler een troost zijn geweest… Als onderdeel van de Leuvense vestingwerken heeft hij wel degelijk belangrijke diensten bewezen.
Voor wie nog niet vertrouwd was met het adagium “que les états sont des monstres froids” is dit boek een doordenkertje.
Op de middelbare school en in het Geuzenboek van L.P. Boon, en in Tijl Uilenspiegel, en zelfs in Suske en Wiske, hebben we toch geleerd dat Alva en Granvelle, de Bloedraad en Filips de Tweede, de “slechten” waren en Willem de Zwijger, Egmont en Hoorn, en zelfs de Watergeus de “goeden”.Brengt deze auteur ons nu plots in verwarring: de Staatsen wilden onze stad platbranden plunderen, onze voorouders vermoorden …
De “Spanjolen”, die ons samen met Duitsers en Ieren, onder leiding van een Infant van Spanje, verdedigden, waren in 1635 dus onze vrienden en bondgenoten.
De Fransen, en in het bijzonder kardinaal Richelieu, waren al altijd de “slechten”.
Dat weten we nog uit “De Drie Musketiers”.
In het licht van de huidige aardverschuiving in de wereldorde kan dit werk dus een bijdrage leveren tot het opbrengen van een zekere zin voor relativiteit.
Staten verdedigen belangen. In dit geval de controle over de rijke Habsburgse Zuidelijke Nederlanden. Het moet toch vele rechtgelovige Leuvenaars in verwarring hebben gebracht toen ze de muren van hun katholieke universitaire bolwerk zagen besluipen en beschieten door een coalitie van een katholieke kardinaal en een ketters Stadhouder …
Ik ben de heer Kenens dankbaar voor deze bijdrage tot het beter begrip van onze geschiedenis. Het is duidelijk het resultaat van gedegen en geduldig opzoekingswerk waar ook onze Tiense streek- en lotgenoten van vele oorlogen, hun kennis kunnen mee aanvullen.
Hopelijk mag deze prestatie de waardering krijgen die ze ongetwijfeld verdient.
Ontdek het volgende hoofdstuk