Hittegolf tijdens het beleg
Met de hittegolven van deze zomer leek het me een goed moment om even terug te keren naar de zomer van 1635. ☀️
Tijdens het beleg van Leuven, van 24 juni tot 4 juli 1635, heersten uitzonderlijke hitte en droogte.
Temperaturen werden toen nog niet gemeten. De eerste echte thermometer verscheen pas in 1654, en de eerste kwikthermometer met een gestandaardiseerde temperatuurschaal werd pas in 1714 ontwikkeld door Gabriel Fahrenheit. We zijn dus aangewezen op de beschrijvingen van tijdgenoten.
Opmerkelijk is dat 1635 midden in de Kleine IJstijd viel. Die periode staat vooral bekend om haar strenge winters, maar kende evengoed uitzonderlijke weersomstandigheden zoals langdurige droogte en zomerse hitte. En precies tijdens het beleg van Leuven deed zich zo'n periode voor.
Voor de duizenden soldaten en paarden van de Frans-Staatse legers had dat grote gevolgen. Water en bier werden schaars. Uiteindelijk waren de belegeraars genoodzaakt water uit de Dijle te drinken. Daarvoor betaalden ze aanvankelijk twee stuivers per pot, maar na enkele dagen was de prijs al verdubbeld tot vier stuivers.
Het ongezuiverde rivierwater eiste al snel zijn tol. In de legerkampen brak tyfus uit, waardoor de belegeraars niet alleen tegen de Leuvense verdedigers moesten vechten, maar ook tegen ziekte en uitputting.
En dan is er nog een opvallend detail.
Uitgerekend op 4 juli 1635, de dag waarop de vijandelijke legers hun beleg opgaven en zich terugtrokken, begon het eindelijk te regenen.
Ontdek het volgende hoofdstuk